Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Hieraan ligt een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep ten grondslag
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Werkneemster was sinds mei 2009 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering. Appellante, de werkgever, betwistte dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was en voerde aan dat werkneemster recht heeft op een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat volgens de verzekeringsarts nog een kans op verbetering bestond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. De verzekeringsarts baseerde het ontbreken van duurzaamheid op algemene stellingen en niet op een concrete onderbouwing voor werkneemster. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met het reeds doorlopen behandeltraject en het ontbreken van reële behandelmogelijkheden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat werkneemster vanaf 15 augustus 2016 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens wordt het Uwv veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en individuele beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid, waarbij het beoordelingskader weliswaar een instructie is, maar niet strikt stap voor stap gevolgd hoeft te worden zolang de motivering deugdelijk is.
Uitkomst: Werkneemster krijgt met ingang van 15 augustus 2016 recht op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.