ECLI:NL:CRVB:2019:2884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld onroerend goed
Appellant ontving sinds 1997 bijstand, maar tijdens een themacontrole kwam aan het licht dat hij sinds 1999 eigenaar was van een woning die niet was gemeld. Het college van burgemeester en wethouders van Almelo trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode 1999-2014.
Appellant voerde aan dat het terugvorderingsbedrag te hoog was en dat hij recht had op aanvullend bijstandrecht, maar kon dit niet aannemelijk maken met objectieve gegevens over de waardeontwikkeling van de woning en de verkoop aan zijn zus.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het college op grond van de Participatiewet verplicht was terug te vorderen. Omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij aanvullend recht op bijstand had, werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van volledige en tijdige melding van vermogen bij bijstandsverlening.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.