Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat het beroep op onrechtmatige verkrijging van het bewijs, vanwege schending van het discriminatieverbod, onvoldoende gemotiveerd is verworpen.
BFK: 2019), inhoudende - zakelijk weergegeven -:
proces-verbaal van verhoor van verdachte(…) voor zover inhoudende:
U moet ook bezittingen in het buitenland opgeven (zoals grond, huis)
ECLI:NL:CRVB:2019:2613Dat laat onverlet dat de gemeente Almelo in deze onjuist heeft gehandeld en het ervoor moet worden gehouden dat er sprake is geweest van discriminatie.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
NJ2015/357 m.nt. Keulen oordeelde Uw Raad dat het middel terecht klaagde dat het hof ‘het verweer dat het aantreffen door de politie van de hoeveelheid vuurwerk “op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering dient te worden uitgesloten van het bewijs” ontoereikend gemotiveerd (had) verworpen’. Uw Raad overwoog vervolgens evenwel dat het slagen van het middel niet tot cassatie behoefde te leiden, nu het gevoerde verweer slechts inhield ‘dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv en dat zulks tot bewijsuitsluiting moet leiden, maar over het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel’ niets was aangevoerd (rov. 2.4). [4] A-G Bleichrodt heeft in zijn conclusie voorafgaand aan HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 kanttekeningen bij deze rechtspraak geplaatst (randnummers 178-180). Daarin heeft uw Raad geen aanleiding gevonden het jurisprudentiële kader op dit punt expliciet bij te stellen. [5]
NJ2017/456 m.nt. Keulen (randnummer 88). Daarin overwoog Uw Raad dat ’s hofs oordeel dat een (bestuursrechtelijke) controle van een voertuig niet had plaatsgevonden in het kader van het voorbereidend onderzoek van het bewezenverklaarde misdrijf ontoereikend was gemotiveerd. Bleichrodt noemt ook HR 29 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8795,
NJ2008/14 m.nt. Reijntjes (randnummer 91). Daarin had het hof overwogen dat de lijfsvisitatie op grond van art. 17 Douanewet Pro plaatsvond en dat van een voorbereidend onderzoek geen sprake was. Het hof sloot de resultaten desalniettemin uit van het bewijs en Uw Raad oordeelde dat die beslissing geen blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting, zonder vast te stellen dat het vormverzuim wel in het voorbereidend onderzoek zou zijn begaan. En Bleichrodt noemt rechtspraak waarin van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek naar het tenlastegelegde feit - duidelijk – geen sprake was maar desalniettemin – de mogelijkheid van – bewijsuitsluiting werd erkend (randnummer 95). Daarbij gaat het, naast de door Uw Raad genoemde voorbeelden, onder meer om het niet vernietigen van in databanken (inzake vingerafdrukken en DNA) opgeslagen gegevens.
- “gevallen waarin het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM Pro niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar sprake is van een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden” en “toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk (kan) worden geacht als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm”, alsmede
- “de - zeer uitzonderlijke - situatie (waarin het verzekeren van het recht op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM Pro de rechter niet noopt tot toepassing van bewijsuitsluiting en evenmin sprake is van een op zichzelf reeds zeer ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte, maar) waarin het desbetreffende vormverzuim naar uit objectieve gegevens blijkt zozeer bij herhaling voorkomt dat zijn structureel karakter vaststaat en de verantwoordelijke autoriteiten zich, vanaf het moment waarop dit structurele verzuim hun bekend moet zijn geweest, onvoldoende inspanningen hebben getroost overtredingen van het desbetreffende voorschrift te voorkomen”.
NJ2017/84 m.nt. Keulen van belang. [7] Uw Raad overwoog in dat arrest onder meer: