ECLI:NL:CRVB:2019:2997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 2010, aanvankelijk als alleenstaande en later als alleenstaande ouder. Na een anonieme melding in 2015 dat appellanten samenwoonden sinds 2009, startte het college een administratief en strafrechtelijk onderzoek. Dit leidde tot besluiten tot intrekking van de bijstand vanaf 2011 en terugvordering van ruim €88.000, mede van appellant, omdat de gezamenlijke huishouding was verzwegen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij onder druk waren gezet bij de verhoren en dat zij niet aan hun verklaringen gehouden konden worden. De Raad oordeelde dat de verklaringen rechtsgeldig zijn, omdat appellanten geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakten en geen gebruik maakten van de mogelijkheid tot aanwezigheid van een advocaat.
Verder stelde de Raad vast dat appellanten vanaf 17 december 2014 gezamenlijk hoofdverblijf hadden en dat de verklaringen voldoende feitelijke grondslag boden om ook voor de periode daarvoor aan te nemen dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Een buurtonderzoek was daarom niet nodig. De aangevoerde omstandigheden omtrent zorg voor de moeder van appellante deden hieraan niet af.
De Raad bevestigde de bestreden uitspraak en wees de beroepen af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 september 2019.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding worden bevestigd.