ECLI:NL:CRVB:2020:1117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstand wegens niet verstrekken Marokkaanse CIN-nummers
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO) en werden door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) verzocht hun Marokkaanse CIN-nummers te verstrekken in het kader van een vermogensonderzoek. Ondanks meerdere verzoeken en uitleg hebben appellanten deze nummers niet verstrekt.
De Svb heeft daarop de bijstand opgeschort en later ingetrokken. Appellanten maakten bezwaar tegen de opschorting, maar niet tegen de intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellanten voldoende procesbelang hebben bij de beoordeling van het opschortingsbesluit vanwege de samenhang met de intrekking. De Raad stelt vast dat appellanten hun medewerkingsverplichting hebben geschonden door de CIN-nummers niet te verstrekken, ook al hadden zij kopieën van hun paspoorten verstrekt waarin deze nummers staan. De Svb mocht deze nummers opvragen voor het vermogensonderzoek.
De stelling van appellanten dat zij niet wisten dat de CIN-nummers in hun paspoorten stonden en dat zij de legeskosten voor het verkrijgen van een carte nationale niet konden dragen, slaagt niet. Zij hadden voldoende gelegenheid om de benodigde informatie te verkrijgen en hadden de Svb hierover kunnen informeren.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het opschortingsbesluit bevestigd.