Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2008 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Zij gaf in 2012 aan samen te wonen, waarna de toeslag werd aangepast. Later bleek dat de samenwoning medio juli 2013 was verbroken, maar appellante meldde dit pas in mei 2017. Het UWV herzag daarop de toeslag met terugwerkende kracht en legde een boete op wegens het niet tijdig doorgeven van deze wijziging.
De rechtbank oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het haar redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat de wijziging invloed had op de toeslag. De opgelegde boete werd als evenredig beschouwd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij de toeslag terecht ontving vanwege haar kind en dat de herziening onterecht was toegepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat de herziening en terugvordering terecht waren, dat de inlichtingenplicht was geschonden en dat de boete proportioneel was. Het beroep en het verzoek tot schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de toeslag en de opgelegde boete worden bevestigd; het hoger beroep en het verzoek tot schadevergoeding worden afgewezen.