Uitspraak
18.4805 AW, 18/4806 AW
[X].
OVERWEGINGEN
BESLISSING
appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 500,-;
in hoger beroep betaalde griffierecht van € 253,- vergoedt;
appellant tot een bedrag van € 21,40.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1995 werkzaam bij de politie en sinds 2013 bij de Nationale Politie, stelde de korpschef aansprakelijk voor materiële en immateriële schade voortvloeiend uit zijn arbeidsongeschiktheid, die volgens hem het gevolg was van buitensporige werkomstandigheden, onrechtmatige handelingen en nalatigheid van de korpschef. De korpschef weigerde aansprakelijkheid te erkennen en schade te vergoeden. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van structureel en doelbewust pesten, discrimineren of achterstellen door de korpschef, noch dat er buitensporige werkomstandigheden waren. Ook zijn zorgplicht is niet geschonden en er zijn geen onrechtmatige besluiten genomen. Daarnaast is geen schending van de artikelen 2, 3, 6, 10 en 12 EVRM en het Eerste Protocol bij het EVRM vastgesteld.
Ten aanzien van de procedure werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep langer dan de redelijke termijn duurde, met een overschrijding van bijna vier maanden in de rechterlijke fase. Daarom werd appellant een schadevergoeding van € 500,- toegekend. Verder werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en reiskosten.
De Raad wees ook diverse procedurele bezwaren van appellant af, waaronder het verzoek om getuigen en het beroep op de behandeling door een enkelvoudige kamer. De korpschef handelde binnen de redelijke beoordelingsruimte bij de keuze voor behandeling door een hoorambtenaar in plaats van de bezwaaradviescommissie.
De uitspraak bevestigt dat de korpschef niet aansprakelijk is voor de arbeidsongeschiktheid van appellant en dat de procedurele overschrijding slechts beperkte schadevergoeding rechtvaardigt.
Uitkomst: De korpschef is niet aansprakelijk voor de arbeidsongeschiktheid van appellant; beperkte schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn toegekend.