Uitspraak
18.2519 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
P.W. van Straalen als leden, in tegenwoordigheid van I.A. Siskina als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand over twee periodes en verrichtte tegelijkertijd diverse activiteiten voor een stichting die zij mede had opgericht. Na een anonieme tip onderzocht de gemeente Enschede haar situatie en concludeerde dat appellante op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, zonder dit te melden, waardoor haar recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het college trok de bijstand over de betreffende periodes in, vorderde de kosten terug en legde een boete op wegens het schenden van de inlichtingenverplichting. Appellante voerde aan dat zij vrijwilligerswerk verrichtte en geen inkomsten ontving, en dat zij haar activiteiten wel had gemeld, maar slaagde niet in haar verweer.
De Raad oordeelde dat de activiteiten van appellante als op geld waardeerbaar moesten worden aangemerkt, dat zij haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de boete had opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand, terugvordering en boete worden bevestigd.