Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] (eiser) en [eiseres] (eiseres), te [woonplaats] , eisers
Procesverloop
gedeeltelijk gegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder het primaire besluit herroepen voor zover daarbij het recht op bijstand over de periode van 19 oktober 2016 tot
19 december 2016 is ingetrokken en teruggevorderd. Voor het overige heeft verweerder het bestreden besluit in stand gelaten. Het terugvorderingsbedrag bedraagt € 49.853,58 (bruto).
Overwegingen
- dat eiseres in de periode van 19 december 2016 tot 12 februari 2017 bij de Kamer van Koophandel (KvK) als eigenaar van de eenmanszaak “ [bedrijf 1] ” stond ingeschreven en dat de naam van deze onderneming op 12 februari 2017 is gewijzigd naar “ [bedrijf 2] ” met onder meer de activiteit verkoop van kleding.
- dat eiseres vanaf 17 augustus 2018 stond ingeschreven als eigenaar van de eenmanszaak “ [bedrijf 3] ”.
- dat eisers in de beoordelingsperiode zelfstandige activiteiten hebben verricht die in het economisch verkeer op geld waardeerbaar zijn, waaronder werkzaamheden voor de onderneming/kapsalon van hun dochter “ [bedrijf 4] ” en de verkoop van kleding.
[bedrijf 6]kapsaloninterieur hadden afgenomen, dat zij deze samen hadden uitgezocht en met hen samen overleg was geweest over de levering en betaling. [7] Verder heeft verweerder zijn standpunt mogen baseren op de verklaringen van:
1) [B] ( [B] ), verhuurder van het winkelpand waar de kapsalon van eisers’ dochter was gevestigd;