ECLI:NL:CRVB:2019:380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ontbreken controleerbare verblijfplaats ondanks bijzondere situatie
Appellante, bij wie in 2012 hyperacusis werd vastgesteld, ontving aanvankelijk bijstand. Na het opzeggen van haar kamer en het verblijven in een omgebouwde bedrijfsauto, kon zij geen vaste woon- of verblijfplaats meer overleggen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente stelde daarom de bijstand met ingang van 6 oktober 2015 stop vanwege het ontbreken van controleerbare verblijfplaatsgegevens.
Appellante voerde aan dat haar aandoening haar noodzaakte tot een uiterst geluidsarme verblijfplaats, waardoor zij feitelijk in een onmogelijke situatie verkeerde. Zij kon geen vaste adresgegevens verstrekken uit privacy- en praktische overwegingen, en stelde dat dringende redenen en de hardheidsclausule toepassing behoefden.
De rechtbank oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand introk. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en benadrukt dat ondanks de bijzondere omstandigheden de verplichting tot het verstrekken van controleerbare gegevens blijft gelden. De Raad wijst verder op het ontbreken van toepasselijkheid van de dringende redenen en de hardheidsclausule in deze situatie.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante geen controleerbare verblijfplaatsgegevens verstrekte ondanks haar bijzondere situatie.