ECLI:NL:CRVB:2020:422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht en terugvordering onterecht ontvangen bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding over zwartwerk startte het college een onderzoek waarbij bleek dat appellante niet alle inkomsten had gemeld. Zij verscheen niet op afspraken om bankafschriften te overleggen, waarna het college de bijstand opschortte en introk.
Het college herzag de bijstand over een periode van ruim twee jaar en vorderde onterecht ontvangen bedragen terug, vermeerderd met een boete wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was tot opschorting, intrekking en terugvordering.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder psychische klachten die haar verhinderd zouden hebben te verschijnen, en stelde dat de stortingen incidenteel waren. De Raad verwierp deze gronden vanwege gebrek aan onderbouwing en bevestigde dat de stortingen als inkomen moesten worden aangemerkt. Ook de boete werd gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand, terugvordering en boete worden bevestigd.