ECLI:NL:CRVB:2020:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- T. Avedissian
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot correctie herzieningsbesluit studiefinanciering wegens ontbreken onomstotelijk bewijs
Appellante ontving studiefinanciering als uitwonende studente, maar de minister herzag dit besluit en kwalificeerde haar vanaf 1 april 2012 als thuiswonend, met terugvordering van € 6.839,09. Appellante verzocht om correctie van dit herzieningsbesluit, maar leverde geen onomstotelijk bewijs dat zij daadwerkelijk uitwonend was in de betreffende periode.
De minister wees het verzoek af op grond van het gevoerde beleid dat herziening alleen plaatsvindt bij onomstotelijk bewijs van onjuistheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het beleid niet ruimer geïnterpreteerd kan worden, ook niet vanwege het vervallen van een boete in een andere procedure.
In hoger beroep betoogde appellante dat het herzieningsbesluit ingetrokken moest worden omdat het gebaseerd was op dezelfde grondslag als het boetebesluit dat niet gehandhaafd werd. De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit rechtsgeldig is geworden en dat het beleid omtrent bewijsvereisten niet onredelijk is.
Omdat appellante geen nieuw bewijs aanvoerde, mocht de minister het verzoek afwijzen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot correctie van het herzieningsbesluit studiefinanciering wordt afgewezen wegens ontbreken van onomstotelijk bewijs.