ECLI:NL:CRVB:2021:1674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na eerste ziektejaar door UWV
Appellant was werkzaam als verkoopmedewerker en meldde zich ziek na een bedrijfsongeval. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling werd het recht op ziekengeld voortgezet. Naar aanleiding van een WIA-aanvraag voerde het UWV een beoordeling uit waaruit bleek dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Het UWV beëindigde daarom de Ziektewet-uitkering per 9 maart 2018.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat het UWV zijn bevoegdheid had misbruikt en onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV bevoegd was tot herbeoordeling en dat de medische en arbeidskundige rapportages zorgvuldig waren opgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde aan dat zijn psychische beperkingen, waaronder PTSS, werden onderschat. De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het UWV zijn bevoegdheid niet had overschreden en dat de medische beoordeling voldoende was gemotiveerd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Beëindiging Ziektewet-uitkering per 9 maart 2018 bevestigd en verzoek om schadevergoeding afgewezen.