Appellante, studente geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, vroeg meerdere malen een scholingslening aan bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA). Deze aanvragen werden afgewezen vanwege haar hoge schuldenlast en onvoldoende aflossingscapaciteit. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verklaarde haar bezwaren ongegrond.
De rechtbank Amsterdam oordeelde aanvankelijk dat de afwijzing privaatrechtelijk was, maar de Centrale Raad van Beroep stelde later vast dat het besluit tot afwijzing een publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat het Sociaal leenstelsel als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden gekwalificeerd. De Raad toetst derhalve alleen of het beleid consistent is toegepast.
Appellante stelde dat het college de hoorplicht had geschonden en dat er sprake was van leeftijdsdiscriminatie, maar deze gronden werden verworpen. Ook de bezwaargrond dat de schuldenlast onjuist was vastgesteld, werd afgewezen omdat de schulden op haar creditcard haar aflossingscapaciteit al overschreden. De Raad veroordeelde het college tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 2.000,- en in de proceskosten van € 374,-.