Uitspraak
19 3877 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
(…)
Medische kosten die de vergoeding van de zorgverzekering overstijgen
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bijstandontvanger sinds 2003, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een waterbed en voor aanvullende acupunctuurbehandelingen. Het college wees beide aanvragen af, mede op basis van medisch advies van de GGD, dat geen medische noodzaak voor het waterbed vaststelde en acupunctuur als geen voorliggende voorziening zag. Appellant voerde aan dat het waterbed medisch noodzakelijk is en dat eerdere toekenning een toezegging inhield waarop het vertrouwensbeginsel steunde. De Raad oordeelde dat het college terecht op het GGD-advies mocht vertrouwen en dat geen sprake was van een toezegging die een beroep op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigt.
Voor acupunctuur stelde appellant dat er geen vergoeding bestaat via de Zorgverzekeringswet en dat het college op grond van de gemeentelijke leidraad bijzondere bijstand had moeten verlenen. De Raad stelde vast dat acupunctuur niet tot het basispakket behoort en dat de leidraad expliciet bijzondere bijstand voor alternatieve geneeswijzen uitsluit. Ook hier faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere vonnis van de rechtbank Den Haag en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor waterbed en acupunctuur wordt bevestigd.