ECLI:NL:CRVB:2022:2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens niet-buitensporige werkomstandigheden ambtenaar
Appellante, sinds 2004 werkzaam bij de gemeente Renkum, vorderde schadevergoeding wegens vermeende schending van de zorgplicht door het college. Zij stelde dat haar werkomstandigheden buitensporig waren en dat het college aansprakelijk was voor de geleden psychische schade.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het college handhaafde dit besluit. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat het buitensporigheidscriterium niet van toepassing zou moeten zijn en dat haar werkomstandigheden wel degelijk buitensporig waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het buitensporigheidscriterium als objectief toetsingskader voor psychische schade en oordeelde dat appellante geen nieuwe feiten aanvoerde die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad concludeerde dat de werkomstandigheden niet buitensporig waren en wees het hoger beroep af.
De Raad benadrukte dat niet iedere werknemer hetzelfde reageert op werkomstandigheden en dat het bestuursorgaan niet verplicht is om bescherming te bieden tegen alle mogelijke werkvloerproblemen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens niet-buitensporige werkomstandigheden wordt bevestigd.