Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regels
(…)
(…)
3° de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
(…).
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met Syrische nationaliteit, en haar jongste zoon Y vroegen bijstand aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Hun aanvragen werden afgewezen omdat zij niet met een Nederlander konden worden gelijkgesteld op grond van de Participatiewet, waardoor het college geen bijstand kon verlenen, ook niet op grond van zeer dringende redenen.
De oudste zoon X kreeg wel bijstand toegekend, maar appellante verzocht om afstemming van deze bijstand op het gezin, omdat het gezin met twee jonge kinderen met een laag bedrag moest rondkomen. De Raad oordeelde dat afstemming alleen mogelijk is in zeer bijzondere situaties en dat alleen de situatie van X relevant is. Appellante maakte niet aannemelijk dat een dergelijke situatie zich voordeed.
De rechtbank had de besluiten van het college bevestigd, en de Raad stelde vast dat appellante en Y geen verblijfsrecht hadden dat recht gaf op bijstand. De hoger beroepen van appellante werden verworpen, de besluiten bleven in stand en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvragen van appellante en haar jongste zoon wordt bevestigd en de bijstand aan de oudste zoon wordt niet afgestemd.