ECLI:NL:CRVB:2025:1387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M.F. Wagner
- J.J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens handel op Marktplaats en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand sinds november 2017 en werden onderzocht na een anonieme melding over het kopen en doorverkopen van goederen via Marktplaats. Uit onderzoek bleek dat zij tussen 2017 en 2021 in totaal 370 advertenties plaatsten voor diverse goederen, wat niet als incidentele verkoop maar als handel werd aangemerkt.
Het college trok de bijstand over de periode april 2018 tot oktober 2021 in en vorderde €42.615,49 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit in hoger beroep. Appellanten voerden onder meer aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, zij geen inlichtingenverplichting hadden geschonden en dat het recht op bijstand schattenderwijs vastgesteld kon worden, maar deze verweren werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de aard, omvang en regelmaat van de verkoopactiviteiten handel vormden die gemeld had moeten worden. De schending van de inlichtingenverplichting maakt vaststelling van het recht op bijstand onmogelijk. Ook het beroep op dringende redenen om van terugvordering af te zien werd afgewezen, aangezien de medische en financiële situatie van appellanten onvoldoende onderbouwd was om een onevenredige last aan te nemen.
De intrekking en terugvordering blijven daarom in stand en appellanten krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-gemelde handelsactiviteiten op Marktplaats worden bevestigd.