Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben bijstand ontvangen van de gemeente Westland, maar werden later geconfronteerd met intrekking en terugvordering van deze bijstand omdat zij niet voldeden aan hun inlichtingenverplichting. Het college stelde vast dat appellant betrokken was bij verschillende ondernemingen in het buitenland en een stichting in Nederland, die niet waren gemeld bij de aanvraag. Ondanks verzoeken om aanvullende informatie en bewijsstukken, leverden appellanten deze niet aan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en bevestigde de besluiten van het college. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de inlichtingenverplichting niet hadden geschonden en dat het college onrechtmatig gebruik had gemaakt van het FIOD-dossier. De Raad oordeelde dat de relevante informatie niet uit het FIOD-dossier kwam, maar uit eigen onderzoek van het college, en verwierp dit verweer.
Verder wees de Raad het beroep op het evenredigheidsbeginsel af, omdat de intrekking en terugvordering gebonden bevoegdheden zijn op grond van de Participatiewet. Ook het beroep op dringende redenen slaagde niet, mede omdat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat hun medische situatie zodanig was dat terugvordering onredelijk zou zijn. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee het intrekkings- en terugvorderingsbesluit over de periode van 23 september 2019 tot en met 28 mei 2020 en wees het hoger beroep af. Appellanten kregen geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.