Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkenen tot een bedrag van € 1.814,-.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 4 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de afwijzing van een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de intakekosten van bewindvoering. De betrokken partijen zijn het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, betrokkene 1 in zijn hoedanigheid van bewindvoerder, en de erven van betrokkenen 2. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het college de bijstand op grond van het evenredigheidsbeginsel met terugwerkende kracht moest verlenen, maar het college was het daar niet mee eens. Het college stelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die verlening met terugwerkende kracht rechtvaardigden en dat het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing was. De Raad oordeelde dat het college zich terecht op dat standpunt stelde, maar dat de motivering van de afwijzing onvoldoende was. De Raad concludeerde dat het college de gevraagde bijstand voor de intakekosten met terugwerkende kracht moest toekennen, omdat het college bij herhaling met terugwerkende kracht bijzondere bijstand had verleend voor andere kosten van bewindvoering. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en veroordeelde het college in de proceskosten van betrokkenen.