ECLI:NL:CRVB:2025:1888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toekenning bijzondere bijstand woninginrichting met draagkrachttoetsing vermogen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting na dakloosheid, maar het college kende slechts een deel toe omdat hij draagkracht zou hebben in zijn vermogen. Appellant stelde dat de draagkracht niet mag worden berekend inclusief verbeurde dwangsommen, bedoeld als schadevergoeding voor trage besluitvorming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. De Raad oordeelt dat dwangsommen niet gelijkgesteld kunnen worden met schadevergoeding, maar een prikkel zijn voor tijdige besluitvorming. Daarom mogen deze bij de draagkracht worden betrokken.
Appellants beroep dat het college met deze beleidsregel onevenredig handelt en had moeten afwijken op grond van bijzondere omstandigheden wordt verworpen. Het college heeft binnen redelijke beleidsruimte gehandeld en hoefde niet af te wijken van het beleid. Het besluit tot gedeeltelijke toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een lening blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot gedeeltelijke toekenning van bijzondere bijstand blijft in stand.