ECLI:NL:CRVB:2025:1889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en griffierecht met betrekking tot terugwerkende kracht
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en griffierecht. De appellant, vertegenwoordigd door mr. T.E. van der Bent, had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand, maar deze werd afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Schiedam. De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigden. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was om eerder een aanvraag in te dienen, aangezien hij al in februari 2022 op de hoogte was van het verwachte bewind. De Raad benadrukte dat het in dergelijke zaken gebruikelijk is dat een aanvraag om bijstand wordt ingediend kort na het verzoek tot onderbewindstelling. De rechtbank had het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak. Appellant kreeg geen recht op bijzondere bijstand voor kosten die vóór de aanvraagdatum waren gemaakt, en er werd geen vergoeding voor proceskosten toegekend.