ECLI:NL:CRVB:2025:711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij afwijzing sleutelkastje Wmo 2015
Appellant, een minderjarige met complexe problematiek, vroeg via zijn ouders een maatwerkvoorziening in de vorm van een sleutelkastje en/of elektronische deurontgrendeling op grond van de Wmo 2015. Het college wees dit af omdat het sleutelkastje geen ondersteuning bood voor zelfredzaamheid en participatie en er alternatieve oplossingen mogelijk waren. Na een huisbezoek en nieuwe aanvraag verstrekte het college een woningaanpassing met codetableaus op de deuren.
Het bezwaar tegen de afwijzing van het sleutelkastje werd niet-ontvankelijk verklaard door het college omdat het belang bij inhoudelijke beoordeling was komen te vervallen door de woningaanpassing. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het belang nog bestond, met name voor vergoeding van bezwaarkosten en immateriële schade wegens psychische belasting van zijn ouders. De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat het besluit niet is herroepen en de vergoeding van bezwaarkosten geen zelfstandig belang vormt. Ook de stelling van immateriële schade was onvoldoende concreet onderbouwd om procesbelang aan te nemen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang en wees vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.