Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in België en ontvanger van een Nederlands AOW-pensioen sinds 9 augustus 2021, werd door het CAK als verdragsgerechtigde aangemerkt en moest een buitenlandbijdrage betalen. Zij betwistte dit op grond van een vermeend prevalerend recht op zorg in België en een foutieve ingangsdatum van de bijdrage.
De Raad oordeelt dat op grond van Verordening 883/2004 artikel 24 de Pro zorgkosten ten laste komen van Nederland omdat appellante geen zelfstandig recht op zorg in België heeft dat prevaleert. Het feit dat zij een solidaire zorgpremie aan de Vlaamse CM-Zorgkas betaalt, leidt niet tot een prevalerend recht. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de communicatie van het CAK voldoende duidelijk was.
De Raad stelt vast dat de heffing van de verdragsbijdrage vanaf 9 augustus 2021 terecht is, ongeacht de latere inschrijving bij het Belgische orgaan. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de totale procedure binnen vier jaar is afgerond.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante vanaf 9 augustus 2021 als verdragsgerechtigde is aangemerkt en dat Nederland terecht een buitenlandbijdrage mag heffen.