ECLI:NL:CRVB:2026:861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bij terugkomen van WGA-toerekeningsbesluit door UWV
In deze zaak staat centraal of het UWV terecht het verzoek van appellante om terug te komen van een toerekeningsbesluit, waarbij een WGA-uitkering aan haar werd toegerekend, heeft ingewilligd met een terugwerkende kracht van vijf jaar. Appellante betoogde dat deze beperking onvoldoende gemotiveerd is en onredelijk vanwege het financiële nadeel van circa €35.000 en gemiste re-integratiekansen.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken en het gewijzigde beleid van het UWV, waarin een maximale terugwerkende correctietermijn van vijf jaar geldt, met een mogelijkheid tot tien jaar in uitzonderlijke gevallen. De Raad stelt dat het UWV met deze beleidskeuze een redelijke belangenafweging heeft gemaakt en dat appellante onvoldoende heeft onderbouwd waarom een langere termijn gerechtvaardigd is.
Ook het argument dat het UWV beleid hanteert voor ziekengeld met een andere terugwerkende termijn, leidt niet tot een andere beoordeling. De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het UWV dat de WGA-uitkering vanaf 23 november 2013 niet meer aan appellante wordt toegerekend. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.