ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8927
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering aandeel in Vereniging van Eigenaren voor box 3 rendementsgrondslag
Belanghebbende stelde in geschil of zijn aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) moest worden beschouwd als een afzonderlijke bezitting voor de rendementsgrondslag in box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en zo ja, op welke waarde dit aandeel moest worden gesteld.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat het aandeel als afzonderlijke bezitting moest worden aangemerkt en dat de nominale waarde als waardering passend was. Het hof sluit zich hierbij aan en benadrukt dat het lidmaatschapsrecht van de VvE niet direct betrekking heeft op een onroerende zaak, waardoor het aandeel in het vermogen van de VvE apart gewaardeerd moet worden.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde nihil moest zijn vanwege de beperkte overdraagbaarheid en het ontbreken van beschikkingsmacht over de reserves. Het hof verwierp dit en stelde dat het feit dat het aandeel slechts in combinatie met andere bezittingen overdraagbaar is, niet betekent dat het waardeloos is. De nominale waarde is passend omdat het aandeel in de reserves in mindering komt op toekomstige uitgaven van de VvE.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd met waardering van het aandeel tegen nominale waarde.