ECLI:NL:GHAMS:2012:BY8465
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen in het kader van het Rekeningenproject
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de Belastingdienst aan belanghebbende, naar aanleiding van het Rekeningenproject dat gegevens van KB-Luxbankrekeningen onderzocht.
De inspecteur stelde dat belanghebbende houder was van buitenlandse bankrekeningen die niet waren vermeld in de belastingaangiften, wat leidde tot navorderingsaanslagen en boetes wegens onjuiste of onvolledige aangifte. Belanghebbende betwistte de houderschap en voerde onder meer verjaring en onjuiste toepassing van wettelijke bepalingen aan.
Het Hof oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende houder was van de rekeningen en dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd, zij het met correcties en verminderingen van de factor 1,5. De boetes zijn grotendeels terecht opgelegd, maar de boete voor het jaar 2003 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs. Tevens is sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boetes worden verminderd tot 64% van het nagevorderde bedrag.
Daarnaast veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten en gelast terugbetaling van onterecht geheven griffierechten. Het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over een verzoek tot immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het Hof vernietigt eerdere uitspraken, vermindert navorderingsaanslagen en boetes, vernietigt de boete voor 2003 en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.