ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4639
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over belastbaar inkomen en boete inzake pandtransacties en fiscale correcties
Belanghebbende kocht in 1999 een kantoorpand van woningstichting C, verhuurde het daarna aan C en verkocht het in 2001 terug. De Belastingdienst stelde correcties vast op het belastbaar inkomen over 2000, waaronder huur, afschrijving en onderhoudskosten, en legde een boete op wegens vermeende opzet.
De rechtbank had het belastbaar inkomen verminderd en de boete verlaagd, maar het Hof oordeelt dat de voordelen uit het pand vanaf aankoop inkomsten uit vermogen vormen en vermindert het belastbaar inkomen tot €255.404. De door C betaalde kosten voor dakvernieuwing maken geen voordeel in 2000 uit, omdat deze bij de aankoopprijs waren inbegrepen.
De kosten van vervanging van de CV-installatie worden als aftrekbare onderhoudskosten erkend. De boete van 50% blijft van toepassing op de correctie van de kosten van het haalbaarheidsonderzoek, maar wordt verminderd tot 40% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens de lange behandelingsduur wordt afgewezen omdat de zaak complex was. Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond, vermindert het belastbaar inkomen en de boete en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen wordt verminderd tot €255.404 en de boete wordt gehandhaafd op 40%, het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.