ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6105
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Toerekening kosten zachtpensioenregeling aan verstreken dienstjaren volgens goed koopmansgebruik
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak staat de vraag centraal of op 31 december 2005 een voorziening mag worden gevormd voor de zachtpensioenregeling en hoe de lasten daarvan toegerekend moeten worden aan dienstjaren. Belanghebbende voerde aan dat de kosten volledig aan het verleden toerekenbaar zijn, terwijl de inspecteur stelde dat deze volledig aan toekomstige jaren moeten worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat de kosten aan het jaar 2005 toerekenbaar zijn, omdat de pensioenaanspraken gebaseerd zijn op niet-benutte fiscale pensioenruimte tot en met 2005. Het Hof onderschrijft het toetsingskader van de rechtbank, maar komt tot een andere conclusie. Het Hof stelt dat de zachtpensioenregeling een beloningselement is dat mede samenhangt met toekomstige arbeidsprestaties tot aan de pensioeningangsdatum of uiterlijk 31 december 2020.
Het Hof acht het niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik om de lasten volledig aan het verleden toe te rekenen. Wel is een toerekening aan de dienstjaren waarin werknemers uitzicht hadden op de vervallen regelingen (vanaf 1996 of 2000) toegestaan. Varianten met langere toerekeningsperioden dan 15 jaar worden niet gerechtvaardigd, en een bevriezingsvariant wordt afgewezen. Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt de aanslag vast op een lager belastbaar bedrag, waarbij de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof stelt de aanslag vennootschapsbelasting 2005 lager vast en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.