De gemeente Wijdemeren en geïntimeerden zijn in geschil over de eigendom van een strook grond aan de voorzijde van de woning van geïntimeerden. De gemeente is eigenaar van het perceel waar de strook toe behoort, maar geïntimeerden stelden dat zij door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van deze strook.
De kantonrechter had de vordering van geïntimeerden deels toegewezen, maar het hof vernietigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat de feitelijke gedragingen van geïntimeerden niet ondubbelzinnig wijzen op bezit met eigendomspretentie, maar ook verenigbaar zijn met gebruik in een andere hoedanigheid, zoals erfpacht of huur. Hierdoor is geen sprake van bezit in de zin van verkrijgende verjaring.
De gemeente is niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen eerdere vonnissen, maar in het hoofdgeschil wordt geoordeeld dat de strook grond eigendom blijft van de gemeente. Geïntimeerden worden veroordeeld tot ontruiming binnen zes weken, met een dwangsom van €500 per dag, gemaximeerd op €10.000, en de gemeente mag de ontruiming op kosten van geïntimeerden uitvoeren. De proceskosten worden aan geïntimeerden opgelegd.