Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep ongegrond;
- stelt eiser in de gelegenheid om binnen zes weken na het onherroepelijk worden van deze uitspraak te voldoen aan de in de beschikking van 7 augustus 2012 opgenomen verplichtingen;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van immateriëleschadevergoeding aan eiser ten bedrage van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 245;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiser te vergoeden.”
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
nietzijn een derde die beweert namens de betrokkene op te treden, zonder overlegging van een behoorlijke, voor de Zwitserse bank aanvaardbare, volmacht.
nietde strekking te hebben dat zij niet ten behoeve van de betrokkene worden gedaan, maar ten behoeve van een derde (de belastingdienst) die wil weten of de betrokkene rekeninghouder is en hoeveel er op de rekening staat. Een verzoek met die strekking is een garantie voor het dichtslaan van de deur van het bankgeheim en garandeert inderdaad een volmaakt Zwitsers stilzwijgen. Gemachtigde, adviseur verbonden aan een gerenommeerd kantoor, stelt dat hem niet bekend was dat dergelijke bewoordingen de bank zouden weerhouden van een antwoord; het Hof acht deze stelling mede in het licht van zijn onder 5.26 weergegeven betoog niet geloofwaardig.
zelfzich geen enkele inspanning heeft getroost. Uit het dossier volgt slechts dat zijn echtgenote en zijn zoon zonder toereikende volmacht handelingen hebben verricht met het beweerde oogmerk bescheiden van de bank te verkrijgen. Reeds hierom faalt belanghebbendes verweer dat hij zich de inspanning heeft getroost die redelijkerwijs van hem kon worden verwacht.
7.Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.