ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2343
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verjaring bij ongeval tijdens skûtsjesilen bedrijvencompetitie
In deze civiele zaak vordert de benadeelde partij een verklaring voor recht dat de schipper van het skûtsje en de organisatie van een bedrijvencompetitie aansprakelijk zijn voor schade door een ongeval tijdens de wedstrijd. De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof oordeelde dat de verkorte verjaringstermijn van artikel 8:1780 BW Pro exclusief van toepassing is op de vordering jegens de schipper, waardoor deze verjaard is en de vordering wordt afgewezen.
Tegen de organisatie van de wedstrijd staat het hof niet ambtshalve toe om verjaring te onderzoeken. Het hof vindt dat van een organisatie mag worden verwacht dat zij onervaren deelnemers nadrukkelijk waarschuwt voor de gevaren van een gijpmanoeuvre. Voorshands staat vast dat de organisatie onvoldoende heeft gewaarschuwd en geïnstrueerd, maar zij krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren.
De feiten betreffen een zeilevenement op 11 juni 2003 waarbij de benadeelde door een grootschoot werd geraakt tijdens een gijpmanoeuvre. De windkracht was 5 tot 6 Bft. De schipper had niet maximaal gereefd en de organisatie had een palaver gehouden dat onvoldoende serieus was en onvoldoende waarschuwde. De schipper werd in een strafzaak vrijgesproken. Het hof vernietigt het vonnis tegen de schipper en wijst de vordering af wegens verjaring, terwijl de vordering tegen de organisatie wordt aangehouden voor bewijslevering.
Uitkomst: De vordering tegen de schipper wordt afgewezen wegens verjaring; tegen de organisatie wordt bewijs aangehouden voor onvoldoende waarschuwing.