ECLI:NL:GHARL:2013:CA2824
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting 1995 en 1996 wegens niet-voortvarendheid
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1995 en vermogensbelasting 1996, beide met een verhoging van 100%. Deze aanslagen waren gebaseerd op gegevens die de Belgische autoriteiten in 2005 aan de Nederlandse FIOD-ECD hadden verstrekt in het kader van het project Bank Zonder Naam.
De inspecteur stelde dat de navorderingstermijn verlengd kon worden tot twaalf jaar vanwege het buitenlandse karakter van de tegoeden. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de inspecteur niet voortvarend had gehandeld, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing was.
Het hof oordeelde dat de inspecteur en de FIOD-ECD vanaf februari 2005 beschikten over aanwijzingen, maar dat de verwerking van deze gegevens en het opstellen van de aanslagen niet met redelijke voortvarendheid was gebeurd. De onderzoeksfase duurde onnodig lang, waardoor de navorderingsaanslagen vernietigd moesten worden.
Daarnaast werd het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de totale duur van de procedure gelet op de complexiteit en de geheimhoudingsprocedure niet onredelijk was.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en verhogingen worden vernietigd wegens niet-voortvarendheid van de inspecteur; verzoek immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.