ECLI:NL:GHARL:2021:3149
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Beswerda
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van zijn verzoek om proceskostenvergoeding door de kantonrechter in een bestuursstrafzaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Het hof oordeelde dat het appelverbod niet van toepassing was vanwege een schending van de hoorplicht, waardoor het hoger beroep ontvankelijk was en de beslissing van de kantonrechter werd vernietigd. De officier van justitie had de inleidende beschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding van €256 toegekend voor samenhangende zaken.
De betrokkene voerde aan dat de motivering van de proceskostenvergoeding onvoldoende was en dat hij niet was gehoord over de samenhang tussen de zaken. Het hof stelde vast dat de samenhang terecht was aangenomen en dat de betrokkene door het niet horen niet was benadeeld, waardoor de beslissing van de officier van justitie in stand bleef.
Verder oordeelde het hof dat de wettelijke rente over de proceskostenvergoeding verschuldigd is vanwege te late betaling en dat de officier van justitie bij betaling het rente bedrag moet vermelden. Verzoeken tot vergoeding van proceskosten voor het hoger beroep en de procedure bij de kantonrechter werden afgewezen omdat geen rechtens te respecteren belang bestond.
Het arrest werd gewezen door het hof Arnhem-Leeuwarden op 1 april 2021 en bevestigt de regels omtrent samenhangende zaken, hoorplicht, en wettelijke rente bij proceskostenvergoedingen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter, verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond, wijst vergoeding proceskosten hoger beroep af en bepaalt dat wettelijke rente bij betaling moet worden aangegeven.