Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De vaststaande feiten.
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
6.De slotsom
432,89
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde de ongedaanmaking van een overbouwing door appellant op zijn perceel, welke appellant betwist en zelf een tegenvordering instelt tot overdracht of vestiging van een erfdienstbaarheid. De rechtbank wijst de vorderingen van geïntimeerde toe en wijst de reconventionele vordering van appellant af.
Appellant stelt in hoger beroep dat de kadastrale meting onjuist is en dat er sprake is van misbruik van recht door geïntimeerde. Tevens beroept hij zich op artikel 5:54 BW Pro wegens goede trouw bij de overbouwing. Het hof verwerpt deze grieven. De kadastrale meting wordt onderschreven als juist en appellant kan geen beroep doen op verkrijgende verjaring. Het hof oordeelt dat het belang van geïntimeerde als eigenaar prevaleert boven het financiële belang van appellant, mede omdat appellant ondanks waarschuwingen is doorgegaan met bouwen.
Het beroep op artikel 5:54 BW Pro wordt afgewezen omdat appellant grove schuld wordt verweten door door te bouwen na waarschuwingen en een kort geding. Het verzoek tot schorsing van het geding wegens eigendomsoverdracht aan een derde wordt eveneens afgewezen vanwege onduidelijkheid over de overdracht. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de overbouwing ongedaan moet worden gemaakt en wijst het beroep op misbruik van recht en artikel 5:54 BW af.