Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over schade als gevolg van onrechtmatig conservatoir beslag gelegd door wijlen erflater op een banktegoed en onroerende zaken van betrokkene 1. De rechtbank wees de vordering van Solidiam Vorderingen grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof hanteerde daarbij een te strenge maatstaf voor verwijzing naar een schadestaatprocedure, namelijk dat schade aannemelijk moest zijn in plaats van slechts de mogelijkheid van schade.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door niet de juiste maatstaf toe te passen. Volgens vaste rechtspraak is voor verwijzing naar schadestaatprocedure voldoende dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is, niet dat schade zelf aannemelijk is. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
De erven van de erflater worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De klachten die niet tot cassatie leiden worden niet inhoudelijk behandeld omdat zij niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uitkomst: Het arrest van het hof Den Haag is vernietigd en de zaak is verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.