In deze civiele zaak staat centraal of het vernietigingsrecht van effectenleaseovereenkomsten wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenoot is verjaard. Dexia Nederland B.V. is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter die de vernietiging van de overeenkomsten door de echtgenoot van de afnemer erkenden en de vorderingen van Dexia afwezen.
Het hof stelt vast dat alleen de afnemer contractspartij is bij de overeenkomsten, omdat de echtgenoot deze niet heeft ondertekend en niet betrokken was bij de totstandkoming. Het vernietigingsrecht van de echtgenoot is volgens de wet verjaard indien zij vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten. Dexia betoogt dat dit het geval is, onder meer omdat betalingen vanaf een gezamenlijke rekening werden gedaan en er aanwijzingen zijn dat de echtgenoot op de hoogte was.
De afnemer betwist dit en voert aan dat de echtgenoot pas na 2002 bekend werd met de aard van de overeenkomsten. Het hof oordeelt dat Dexia haar stelplicht en bewijsaanbod voldoende heeft onderbouwd en staat bewijslevering toe over de bekendheid van de echtgenoot met de overeenkomsten. Het hof wijst op het bewijsvermoeden bij betalingen vanaf een gezamenlijke rekening en laat partijen getuigen horen. De beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd en beoordeeld.