Uitspraak
[verzoekster] ,
de VvE,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.Waarover gaat de procedure?
3.De feiten
‘Modelreglement van splitsing van eigendom, februari 1973’(hierna: MR 1973), van toepassing verklaard, dit met de in de splitsingsakte opgenomen wijzigingen en aanvullingen. In de splitsingsakte staat:
Artikel III.
4.Het oordeel van het hof
‘CV-eigen gebruik’van gemiddeld 8,64 % niet zouden worden verdisconteerd in de vaststelling van de 35 %, heeft [verzoekster] niet aangetoond dat alsnog het percentage van 35 % te hoog is. Het verwijzen naar bijvoorbeeld isolatiemaatregelen ten aanzien van spouw en leidingen waarmee 10 % van de kosten zouden worden bespaard, is niet onderbouwd en is daarmee onvoldoende. Dat 35% van de kosten voor verwarming een redelijke inschatting is van het gemeenschappelijke, van het gemeten individuele verbruik per woonruimte onafhankelijke deel van deze kosten, komt het hof gelet op het partijdebat aannemelijk voor. Het hof concludeert op basis van het voorgaande dat het door de VvE gehanteerde percentage niet in strijd is met de wet in de zin van artikel 2:14 BW Pro, noch onredelijk in de zin van artikel 2:8 BW Pro en artikel 2:15 BW Pro (vergelijk rechtsoverweging 4.2 en 4.3). De eerste grief slaagt dan ook niet.