ECLI:NL:GHDHA:2020:2830
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dwangsom en proceskosten bij WOZ-waarde bezwaar gemeente Rotterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerende zaak en stelde beroep in wegens het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. De Rechtbank Rotterdam kende een dwangsom toe en veroordeelde de Heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten. De Heffingsambtenaar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelt dat de ingebrekestelling van belanghebbende niet rechtsgeldig is omdat niet is aangetoond dat deze door een daartoe bevoegde persoon is gedaan. De machtiging tot vertegenwoordiging met recht van substitutie is onvoldoende onderbouwd om de ondertekening van de ingebrekestelling door een ander te rechtvaardigen. Daarnaast concludeert het Hof dat het bezwaar feitelijk pro forma was en niet gericht op de materiële geschilpunten, maar vooral op procedurele aspecten zoals vergoeding van proceskosten en dwangsom.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en bevestigt de beslissing van de Heffingsambtenaar dat geen dwangsom wordt verbeurd en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. Het Hof ziet geen aanleiding om een partij in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak is op 10 december 2020 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd en de beslissing van de Heffingsambtenaar bevestigd zonder toekenning van dwangsom of proceskostenvergoeding.