Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam. Na bezwaar werd de naheffingsaanslag vernietigd door de heffingsambtenaar. Belanghebbende stelde een ingebrekestelling en dwangsomverzoek in wegens vermeend uitblijven van uitspraak, gevolgd door een beroep wegens niet-tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de uitspraak op bezwaar tijdig was gedaan en verzonden.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar niet was ontvangen, omdat deze naar het privéadres van zijn gemachtigde was gestuurd. Het hof oordeelde dat verzending per post het vermoeden van ontvangst rechtvaardigt en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de uitspraak niet was ontvangen. Hoewel de verzending niet strikt volgens de regels was, was de strekking van de bekendmaking bereikt.
Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens niet-tijdig beslissen en wees het verzoek om een dwangsom af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 26 juni 2025.