ECLI:NL:CRVB:2019:924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen bijstandaanvraag
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en diende haar aanvraag in op 29 juni 2016. Het bestuur stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling, maar nam na bezwaar een besluit waarbij bijstand werd toegekend met terugwerkende kracht. Appellante stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag en verzocht om een dwangsom voor de periode dat het bestuur niet had beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het bestuur reeds op 5 augustus 2016 en 21 december 2016 besluiten had genomen en het beroep pas daarna was ingesteld. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en benadrukt dat artikel 6:12, tweede lid, Awb alleen een rechtsgang biedt zolang het bestuursorgaan niet op de aanvraag heeft beslist.
Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bekrachtigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestuursorgaan al had besloten.