Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd en maakte bezwaar. De Heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde de Heffingsambtenaar in gebreke wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar en diende een dwangsomverzoek in. Vervolgens stelde hij beroep in wegens niet-tijdig beslissen, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk.
In hoger beroep stond centraal of de uitspraak op bezwaar tijdig en op juiste wijze was bekendgemaakt. Het hof oordeelde dat de uitspraak op bezwaar op 18 november 2022 per post was verzonden naar het privéadres van de gemachtigde van belanghebbende. Dit rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst, dat belanghebbende onvoldoende heeft betwist. Hoewel de verzending niet strikt volgens de regels was, voldeed deze aan de strekking van de bekendmakingsregels.
Daarom was het beroep wegens niet-tijdig beslissen niet ontvankelijk omdat de uitspraak op bezwaar tijdig was gedaan. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de vorderingen van belanghebbende af, waaronder het verzoek om een dwangsom en vergoeding van proceskosten.