2.8.Naar aanleiding van een door belanghebbende ingediende herziene aangifte IB/PVV voor het jaar 2020, waarin is verzocht om een herverdeling van de aftrek van de zorgkosten, heeft de Inspecteur met dagtekening 8 december 2023 de aanslag IB/PVV voor het jaar 2020 ambtshalve verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 17.269, bestaande uit een pensioen van € 23.281 en een bedrag aan aftrekbare specifieke zorgkosten van € 6.012. De beschikking belastingrente is verminderd met € 24.
3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:
8. Van een bron van inkomen is sprake als wordt deelgenomen aan het economisch verkeer met het doel om voordeel te behalen en het behalen van dat voordeel in redelijkheid kan worden verwacht. De vraag of in enig jaar sprake is van een objectieve voordeelsverwachting moet in beginsel worden beantwoord op basis van feiten en omstandigheden van dat jaar. Feiten en omstandigheden van andere jaren kunnen echter licht werpen op het antwoord op de vraag of in het betreffende jaar sprake is van een objectieve voordeelsverwachting en mogen daarom mede in aanmerking worden genomen (vergelijk Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5707). 9. Sinds 2018 heeft eiser enkel negatieve resultaten behaald met de eenmanszaak. Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt dan mee dat eiser feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken die de conclusie rechtvaardigen dat desalniettemin sprake is geweest van een objectieve voordeelsverwachting. Eiser heeft in dit kader, kort samengevat, aangevoerd dat het totaalwinstbeginsel sinds de inschrijving in het handelsregister ruimschoots positief is. De neergaande resultaatontwikkeling was aanleiding om in 2018 een onderzoek te doen naar alternatieve producten en afzetmogelijkheden en eiser heeft daartoe diverse vakbeurzen en seminars bezocht en samenwerking met zowel potentiële afnemers als producenten is daarbij besproken. De coronapandemie heeft dit proces evenwel ernstig verstoord. Desondanks is een voorzichtige kentering zichtbaar en is het verwachte kasgenererend vermogen over 2023 licht positief, aldus nog steeds eiser.
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hiermee niet aannemelijk gemaakt dat redelijkerwijs sprake was van een voordeelsverwachting in het jaar 2020, ondanks de jarenlange negatieve resultaten voor en na dat jaar. De activiteiten van de eenmanszaak vormen in 2020 voor eiser daarom geen bron van inkomen. Het met die activiteiten behaalde negatieve resultaat kan dan ook niet in aanmerking worden genomen. Verweerder heeft het negatieve resultaat van € 8.530 daarom terecht gecorrigeerd.
Schending van algemene beginselen
11. Eisers stelling dat het vertrouwensbeginsel is geschonden slaagt niet. Voor het in rechte te beschermen vertrouwen dat de inspecteur de aangifte op een bepaald punt zal volgen, is meer vereist dan de enkele omstandigheid dat de inspecteur gedurende een aantal jaren bij het regelen van de aanslag op dit punt de aangifte heeft gevolgd. De gerechtvaardigdheid van het vertrouwen hangt af van de waardering van de omstandigheden die bij de belastingplichtige de indruk hebben kunnen wekken dat de in het verleden door de inspecteur gevolgde gedragslijn berust op een bewuste standpuntbepaling. Omstandigheden als hiervoor bedoeld kunnen onder meer zijn gelegen in de vaststelling van een aanslag in overeenstemming met een aangifte waarin de belastingplichtige de voor die aanslag van belang zijnde aangelegenheid uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde had gesteld. (Gerechtshof Den Haag 17 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1786). Eiser heeft geen feiten gesteld die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is geweest van een bewuste standpuntbepaling. Ook overigens is van het bestaan van zodanige omstandigheden niet gebleken. 12. Eisers beroep op schending van het rechtszekerheidsbeginsel slaagt evenmin. De toets of sprake is van een bron van inkomen geldt voor elk jaar afzonderlijk. Dat het verlies voor het jaar 2020 niet is geaccepteerd, terwijl de aangiften IB/PVV voor de jaren vóór 2020 wel zijn gevolgd, betekent daarom niet dat sprake is van schending van het rechtszekerheidsbeginsel.
13. Tot slot heeft de Belastingdienst volgens eiser in vergelijkbare gevallen, die eiser verder niet heeft gespecificeerd, bij de beoordeling van de objectieve voordeelsverwachting weinig consistent opgetreden. Hiermee heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat verweerder in strijd heeft gehandeld met het verbod op willekeur. Overigens is de rechtbank hiervan ook niet gebleken.
14. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.”
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen