ECLI:NL:GHDHA:2025:2232
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schending informatieplicht Wet WOZ zonder proceskostenvergoeding
De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast en weigerde aanvankelijk volledige gegevens te verstrekken tijdens de bezwaarprocedure, wat een schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ opleverde. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en paste artikel 6:22 Awb Pro toe om de schending te passeren, omdat belanghebbende ondanks de schending alsnog alle gegevens kon inzien en betwisten.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat deze toepassing onjuist was en dat proceskostenvergoeding moest worden toegekend. Het Hof oordeelde dat de schending weliswaar had plaatsgevonden, maar dat belanghebbende hierdoor niet benadeeld was omdat geen concrete, cijfermatige onderbouwing was geleverd waaruit bleek dat de schending tot een andere uitkomst had kunnen leiden.
Ook werd overwogen dat niet alle gevraagde gegevens specifiek waren opgevraagd en dat sommige gegevens, zoals onderhoudstoestand, niet relevant waren voor de waardebepaling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.