ECLI:NL:GHDHA:2025:2576
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waardebepaling en aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing
Belanghebbende, eigenaar van vier appartementen in hetzelfde complex, betwistte de WOZ-waarden en de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing voor het jaar 2022. De Heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op basis van een systematische vergelijking met drie vergelijkbare woningen, waarbij correcties werden toegepast voor verschillen in oppervlakte en voorzieningen.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de waardebepalingen en aanslagen. Belanghebbende ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de Heffingsambtenaar niet alle relevante stukken had overgelegd, dat de waardebepaling te hoog was, en dat zij recht had op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar de bewijslast had voldaan en dat de waardebepalingen niet te hoog waren vastgesteld. De niet-overlegging van iWOZ-kaarten vormde geen schending met nadelige gevolgen voor belanghebbende. Nieuwe beroepsgronden werden als te laat verworpen. Het financiële belang was minder dan € 1.000, zodat geen vergoeding van immateriële schade werd toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waardebepalingen en aanslagen worden bevestigd.