ECLI:NL:GHDHA:2025:2655
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting en dwangbevelkosten
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting en de daaropvolgende dwangbevelkosten. De belanghebbende, aangeduid als [X] te [Z], heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag van € 69,10, die op 3 december 2022 was opgelegd. De Invorderingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft de dwangbevelkosten in rekening gebracht, maar heeft deze later uit coulance laten vervallen. De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de dwangbevelkosten terecht waren opgelegd. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld, waarbij hij stelt dat de Invorderingsambtenaar ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend in de bezwaarfase. Het Hof heeft geoordeeld dat de dwangbevelkosten terecht zijn opgelegd en dat er geen sprake is van een aan de Invorderingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en oordeelt dat het beroep ongegrond is. De proceskosten worden niet vergoed.