Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 22 januari 2026
[X] B.V., te [Z] , belanghebbende,
de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
]Volgens het Besluit wordt in de energiebelasting aangesloten bij een door de gemeente afgegeven WOZ-beschikking als daaruit blijkt dat sprake is van één onroerende zaak. Hieruit kan redelijkerwijs niet worden begrepen dat verweerder in alle gevallen waarin de gemeente in een WOZ-beschikking is uitgegaan van een samenstel, verplicht is om deze objectafbakening te volgen. In de onderhavige WOZ-beschikkingen is kennelijk, partijen zijn het hierover eens, uitgegaan van een samenstel. Uit die beschikkingen blijkt echter niet dat sprake is van één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel d, van de Wet WOZ. Gelet op het voorgaande was verweerder bevoegd zelfstandig te beoordelen of hiervan, gelet op de feiten en omstandigheden van het geval, sprake is.
]Daarbij kan van belang zijn of sprake is van een geografisch samenhangend geheel, in welk geval beslissend is of het bedrijf als één samenhangend geheel moet worden beschouwd waarbinnen de betreffende eigendommen voor één organisatorisch doel worden aangewend.[10
]
]”
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen over de immateriële schadevergoeding, de proceskosten en het griffierecht;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verstaat dat de Inspecteur een bedrag van € 12.010 aan Energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) terugbetaalt aan belanghebbende;
- veroordeelt de Inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten ten bedrage van € 3.736;
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 559 te vergoeden.