ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes in KB Lux-zaak met vergoeding overschrijding redelijke termijn
In deze bestuursrechtelijke zaak zijn navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting opgelegd aan eiser voor de jaren 1990-1997 en 1991-1998, respectievelijk, naar aanleiding van gegevens uit de KB Lux-onderzoeken. De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen tijdig en met redelijke voortvarendheid zijn opgelegd, ondanks de complexe en omvangrijke aard van het onderzoek.
Eiser voerde aan dat de correctie van het inkomen, waaronder een fictief rendement van 6% conform artikel 29a Wet IB 1964, onterecht was toegepast en dat hij tijdig had ingekeerd. De rechtbank stelt vast dat eiser niet de vereiste aangiften heeft gedaan en dat de correcties redelijk zijn. Het beroep op de inkeerregeling wordt afgewezen omdat de aanvullende informatie niet tijdig en kenbaar is verstrekt.
De verhogingen zijn terecht opgelegd en slechts gedeeltelijk kwijtgescholden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar. Verder worden proceskosten toegewezen aan eiser. Het beroep wordt in zoverre gegrond verklaard en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes worden bevestigd, inkeerregeling afgewezen, en schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.