Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 14.105
2.Feiten
verplichtis de gegevens van de buitenlandse bankrekeningen op te geven. Een antwoord, gegeven op 11 december 2007, op een dergelijke vragenbrief kan nimmer een
vrijwilligeverbetering opleveren.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
onvoldoende(cursivering: Hof) voortvarend heeft gehandeld in de periode van februari 2005 tot november 2007 door het verzoek om informatie eerst bij brief van 7 november 2007 te doen. De projectmatige aanpak in de periode van februari 2005 tot en met maart 2007 rechtvaardigt in het onderhavige geval niet dat het informatieverzoek eerst in november 2007 is verstuurd omdat deze periode onder andere nodig was voor het identificeren van de rekeninghouders en dat nu juist ten aanzien van belanghebbende niet nodig was. Er is meer tijd gebruikt dan noodzakelijkerwijs is gemoeid met het verkrijgen van inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting nu de inspecteur in februari 2005 reeds over de informatie beschikte dat belanghebbende rekeninghouder was zodat hij belanghebbende destijds om informatie had kunnen en moeten verzoeken. Nu de inspecteur in de periode van 18 februari 2005 tot en met 7 november 2007 niet voldoende voortvarend heeft gehandeld is niet in geschil dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd.
Jurispr.blz. I-11531, punt 55) alsmede de bestrijding van belastingfraude (zie met name arrest van 11 oktober 2007, ELISA, C-451/05,
Jurispr.blz. I-8251, punt 81) dwingende redenen van algemeen belang vormen, die een beperking van de uitoefening van de door het EG-Verdrag gegarandeerde vrijheden van verkeer kunnen rechtvaardigen.
nodigwas.
ex nuncbenadering echter onjuist. Waar het om gaat, is of de Inspecteur
ex tuncbeschouwd, dus beoordeeld op het moment dat hij geconfronteerd werd met de taak om de benodigde gegevens voor het opleggen van de aanslag te verzamelen en vervolgens de aanslag op te leggen, zijn taak voortvarend ter hand heeft genomen. Daarbij geldt dat hij een redelijke vrijheid heeft bij het inrichten en prioriteren van zijn werkzaamheden. Het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel vereist niet dat men een strengere toets aanlegt.
undue delay.
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep gegrond;
- verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk;
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank;
- veroordeeltde Minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 1.000.