ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5757
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- G.J. van Muijen
- P. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de 30%-regeling bij opeenvolgende deeltijdse tewerkstellingen zonder onderbreking
Belanghebbende, een Belgische werknemer, was eerst voltijds in dienst bij B NV en later commissaris bij B1 NV, waarbij hij de 30%-regeling kreeg toegekend. Vervolgens werd hij benoemd tot commissaris bij A, waarvoor de Inspecteur de toepassing van de 30%-regeling weigerde omdat hij niet als 'uit het buitenland aangeworven' kon worden beschouwd.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 9c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting (UBL), met name of de regeling ook geldt bij een tweede tewerkstelling naast een bestaande, en of de driemaandstermijn voor onderbreking van de tewerkstelling van toepassing is.
Het hof oordeelde dat de driemaandstermijn alleen geldt indien een eerdere tewerkstelling is geëindigd. Omdat belanghebbendes eerdere tewerkstelling als commissaris niet was beëindigd, was er geen reden om de termijn te stellen. De eis van 'aangeworven uit het buitenland' geldt als gegeven voor de resterende looptijd van de regeling, ook bij een nieuwe werkgever.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, kende de 30%-regeling toe voor de tewerkstelling bij A tot 31 maart 2011, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op toepassing van de 30%-regeling voor zijn tewerkstelling bij A tot en met 31 maart 2011.